Een boer uit Drunen was vlas aan het zaaien op zijn land. Hij was dorstig en had geen drinken bij zich. In de verte zag hij een vrouw naderen die hij niet kende. Hij vroeg haar om drinken, de vrouw ging naar de sloot, en hij wilde haar roepen, dat het water niet goed was, maar zij bracht hem het heerlijkste water dat hij ooit geproefd had.
De Vrouw ging heen. Maria was zij.
Onder het zaaien besloot hij een kapel te laten bouwen zodra het vlas rijp was. De volgende morgen kwam hij op de akker, en zag tot zijn verbazing dat het vlas al rijp was.
Dit was een wonder.